Gepost door: universiteitsbibliotheekleiden | oktober 12, 2008

Het dagboek van de student Nicolaas Beets

Toen Nicolaas Beets in 1833 naar Leiden kwam, was hij bijna negentien jaar oud.

Wie zich als student aan de Leidse academie wilde laten inschrijven, diende eerst een bezoek te brengen aan enige hoogleraren, teneinde een soort toelatingsexamen af te leggen. Pas daarna werd in het Album Studiosorum door de rector magnificus persoonlijk de naam van de nieuwe student genoteerd, met daarbij de datum, de plaats van herkomst, de leeftijd en de gekozen studierichting. Nu kon men de colleges gaan volgen, die doorgaans begonnen in de tweede helft van september.

Het Dagboek geeft over dit alles unieke informatie; tevens krijgt men een goed beeld van het dagelijks leven in die tijd, niet alleen van het studentenleven met colleges, tentamens, de onvermijdelijke thé’s bij de verschillende professoren, de sociëteit en het dispuut, maar ook over literaire soirées en muziekavonden, en de omgang met verschillende aanzienlijke Leidse families.

“Leiden, donderdag 12 september 1833

Leiden . 12 Sept.

Gisteren avond met de laatste schuit hier aangekomen, verzelschapt door Bram, op wiens kamers ik voorloopig logeer. Met een aanbeveling van den Haarlemschen Rector Venhuizen Peerlkamp, naar zijn broeder den Lit. Prof. Hofman Peerlkamp getogen, die mij, na lezing van dien brief en een kort gesprek over Beckers Algemeene Geschiedenis en het lezen van een caput uit Livius ‘dignum censuit ut ad academicas lectiones admitterer.’ Daarna moest ik bij Prof de Gelder in de Mathesis worden getenteerd, alsmede in de Algebra. Ik had van de eerste véél, van de laatste álles vergeten en beefde op ’t gezicht van een lei, die met driehoeken en cirkels beschilderd op tafel lag. Z.H.G. vroeg mij echter slechts wat ik aan de wiskundige wetenschappen gedaan had, en na het beantwoorden van deze vraag, aarzelde hij niet mij insgelijks een testimonium te geven, waarin hij verklaarde mij ‘privata disquisitione’ bekwaam genoeg bevonden te hebben. Ik vroeg hem wanneer zijne collegies beginnen zouden. Hij wist het nog niet. ‘Zijn vrouw’ zeide hij, ‘lag op sterven. Dáar hing het van af. Stierf zij van de week nog: dan aanstaanden Maandag. Stierf zij van de week nog niet: dan wachtte hij nog wat.’

Daarop naar den Rector Magnificus, Nieuwenhuis , die mij op de rol der Academieburgers inschreef en alzoo een mijner liefste wenschen vervulde”.

Het dagboek van de student Nicolaas Beets, 1833-1836.

Uitgegeven, ingeleid en toegelicht door Peter van Zonneveld.

’s-Gravenhage, Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, 1983. Pag. 18-19.

[De informatie voor de begeleidende teksten komt uit LiteRom (interviews en recensies Nederlandstalige literatuur vanaf 1900) en de DBNL (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)].

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: